koekemélé

•september 19, 2010 • Geef een reactie

 Ik heb me vergist, pak een papier en zet het op een rijtje. Tien kinderen -waaronder ma – op circa twintig jaar tijd. Tussen oudste nicht en de jongste ‘neven’ is er ook maar twintig jaar. Het oudste kleinkind van die bende en ’t jongste zijn meer dan veertig jaar van mekaar verwijderd. Pas gisteren kom ik op het bestaan uit van dat achtjarig kind.
Een meisje, de naam schiet de opa nu niet te binnen en ze woont bij haar moeder want ze zijn gescheiden. Hoe lang al weet hij ook niet, maar dat is nooit zo een goed koppel geweest. Dat herinner ik me levendig. De ‘neven’ getrouwd  met vrouw en kind dat door de tante diende opgevoed te worden maar dan nog wel drie kinderen krijgen.
Zeven broers heeft ma, onomatopee Koekemélé is haar jongste broer, enig overlevende, weliswaar gekluisterd aan een rolkarreke na val uit de perenboom maar het is haar dierbaarste, één jaartje jonger
 Waarom stond er dan op de doodsbrief van zijn schielijk ontnomen vrouw ‘Amaat’ wil ik heel graag weten, de fratsen van mijn nooit gekende oma zaliger indachtig. Drie ‘A’ dochters. Zeven zonen eindigend op een E.
Als dan niet in de juiste volgorde: André, Roger, René, Hiloné, Amedé, Joshué en last but not least: Aimé. Maar dan ‘Amaat’ lezen, of de begrafenisondernemer zich vergist had?
-Ba nijet, k’ ei olted zwo genoemd, mor ze ze-jen Aimé.

Uit dat geslacht van tien kinderen is er één kind dat de naam zou kunnen doorgeven: de zoon van de gescheiden neven.
Eén.

Advertenties

Bujumbura

•september 16, 2010 • 1 reactie


De ogen uit mijn kop heb ik gehuild, daar in de luchthaven, meende ze nooit meer terug te zien.
Maanden gepoogd dat waanzinnig idee van die twee blonde meiden op de moto doorheen Zuid-Amerika uit het hoofd te praten.
Intuïtief wist ik dat het haar idee niet was – zo roekeloos is mijn dochter niet – dat gaf ze pas na de reis toe.
De moto-plannen verdwenen als sneeuw voor de zon toen ze hunne Jozef ontmoetten, de groene kever. Vanaf toen kon ik mijn schouders weer in ralenti zetten.
-Hoe moet dat nu zonder jou, vraag ik haar vandaag, wie gaat mijn GSM opladen?
-Dan gaat ge eindelijk groot worden en op uw eigen benen leren staan, sms’t ze me terug.
-Denk je? Ik ga je van de eerste dag al missen.
Hoe vaak moet een moeder aftellen in haar leven? Hoe lang zal haar hart angstig blijven kloppen als de kinderen uit vliegen?
Eerst is het wachten op de thuiskomst van de jongste snuit. Geen all-in vakantietje te Bodrum, nee vliegen naar Kroatië om dan liftend naar Praag te reizen, hebt-ge-van-ze-leve!
-Weet je dat je opa mij indertijd geld aanbood om géén ontwikkelingshulp te doen?
-Wa?
-Ja, daar schrok ik toen ook van, maar ik begrijp zijn reactie nu ik voor dezelfde situatie sta.
-Maar mama, ’t is maar een jaar, da’s toch rap voorbij.
-Ik kan je geeneens komen bezoeken in Bujumbura.
-Misschien zie ik wel kans om nog eens af te komen…we hebben nog twee weken.
-Ik zou je alle dagen die ons resten willen zien.
-Ik moet nog verhuizen, mama, er is nog zoveel te doen voor ons vertrek.
-Zullen we dan alle dagen bellen?
-Afgesproken.

On Children
Kahlil Gibran

Your children are not your children.
They are the sons and daughters of Life’s longing for itself.
They come through you but not from you,
And though they are with you yet they belong not to you.

You may give them your love but not your thoughts,
For they have their own thoughts.
You may house their bodies but not their souls,
For their souls dwell in the house of tomorrow,
which you cannot visit, not even in your dreams.
You may strive to be like them,
but seek not to make them like you.
For life goes not backward nor tarries with yesterday.

Boer Charel

•september 6, 2010 • 5 reacties

Vanaf één september trad ik het gewone leven weer binnen met een ochtendshift. De naam van mijn collega’s had ik nog op zak, ugh. Eén nieuw exotisch gezicht ontwaar ik; een werkstudent . Bij het horen van mijn naam gaat er bij haar zichtbaar een belletje rinkelen. Aarzelend, want-dat-kan-toch-niet, vraagt ze of ik dé… ben waarop de anderen ginnegappen dat ik me bij haar wel thuis zal voelen. Niet alledaags: een jonge vroedvrouw, half Peruviaans die een job op psychogeriatrie doet in afwachting van d’unief. En wat ze dan nog wil bijstuderen, vraag ik nieuwsgierig.

Met enig schroom geeft ze het te kennen: sexuologie. Ik prijs haar om haar keuze. Eindelijk, toch iemand die zo moedig is om het asexuele imago van de vroedvrouwen op te krikken.
-Als ik kon zou ik je vergezellen, zeg ik.
-Ewel, schrijf je in, moedigt ze me aan.
-Er is hier al werk genoeg, weerleg ik. Kijk, waarover ging het vnl.op de briefing? Over een man die zijn echtgenote komt bezoeken en daarbij voor zijn libido uitkomt. Meteen staat het kot op stelten, ze zullen de vrouw eens gaan verdedigen! Nog sneller dan de bliksem regent het regels voor als die boeman nog eens durft op te doemen, als ’t moet spelen ze lijfwacht voor de vrouw. Diegene die het hardste roepen staan het slechts in hun schoenen qua eigen sexbeleving, dat is duidelijk; een man met driften is vies in hun ogen, slachtoffers moeten ‘gered’ worden. Hebben ze zich al afgevraagd hoe het voor de man thuis is om plots zonder eega te vallen, ineens elke avond alleen te moeten slapen?
Een ander voorbeeld. Je hebt hem niet gekend, maar Charel had een groot probleem aan zijne sjarel: echt ziek, etterend en niets leek te helpen, we hebben hem maanden verzorgd.  Op een dag graaide Charel naar de boezem van onze ronde pronte zorgkundige die zich een aap schrok. Verontwaardiging alom. Uitvoerig besproken hoe we die vijventachtig-jarige handen onder controle zouden kunnen houden.

-Kunnen jullie je voorstellen, had ik ze onderbroken, wat het voor die man betekent om tweemaal daags die behandeling te ondergaan: vijf verpleegsters die zich op tien cm afstand van zijn geval staan te vergapen aan het exudaat uit zijn meaat en het asymptomatisch erythema van het scrotum? Hullen wij ons dan niet al te graag in vakjargon om niet te struikelen over het woord lul?  Wat weet die man van zijn eigen penis af dan dat je ermee kan plassen en poepen? Zou zijn boerinneke er ooit met haar neus zo op gezeten hebben zoals wij nu doen? Heeft dat ooit het daglicht gezien of gebeurde alles in de duik, in de duisternis van de nacht, vergreep boer Charel zich aan zijn kermende boerin zoals zijn stier op de loeiende koe ? Niemand zal het ons vertellen. Hij zeker niet. Zou het dan kunnen dat die man zijn fantasiën op hol slaan, dement of niet?

voor onze gaai

•augustus 30, 2010 • 2 reacties

De geur van zongewarmde cox vergeet ik nooit. De smaak ook niet, een zomersmaak bij uitstek al kon een simpel ‘oogstappeltje‘ ons ook doen smikkelen dat ’t sap van onze kin droop, de winterbanana was m’n derde keuze.  De renet plukte ik nooit, die was me te zuur. Maar een cox was voor mij de koningin onder de appelen: mooi hard, heerlijk aroma, nee het bèste,  met een smaak om bij te dagdromen met de rug in ’t gras..

Huppelend tussen de fruitbomen,  in short – altijd short en kort haar want dat was praktisch –  je neus volgen tot aan de coxboom, bukkend zoeken tussen de laaghangende takken.  Kiezen mocht niet want ‘wie kies, verlies‘; plukken en bijten, liefst naast het oog van de appelzaagwesp, Hoplocampa testudinea. Natuurlijk ken ik de smaak van de worm van die keer dat ik niet goed gekeken had naar de ‘gestoken appel’.

Daar ging het over bij de zoon. De appelboom uit de tuin met zijn zwaar beladen takken staat er werkloos te gloriëren met zijn trofeeën. Aan de voet een tapijt van afgevallen appelen.

-Jamaar, ze zijn allemaal ‘gestoken’, zelfs op de takken.

Wat zou het? Heb ik als kind geen mànden appels geschild? En waren daar soms geen gestoken appels bij? Hopen zelfs. Dus nam dees en emmertje en plukte de grootste appels.

Ze zou eens…

haar petekind from next door leren schillen.

opwindend

•augustus 28, 2010 • Geef een reactie

Bij mij lust ze alles. Een Zweedse beschuit met Chocopashka.
-Mmmm, lekker! meent ze na aarzelend proeven.
-Muesli?
-Ja graag, met druifjes. Liefst zonder pitten.
Ik leg haar uit dat in alle vruchten pitten hoeven, dat ze zich anders niet kunnen voortplanten, dat het bij mensen anders is, dat ze al eicelletjes in haar buik heeft maar zich pas kan voortplanten na samensmelting met een man.
Ze weet het. Ook dat het schrijven minder lukt door die grote vakantie, lezen gaat nog wel. Ze is blij met de twintig kinderboeken die ik uit Frankrijk meenam, heeft er snel een tweetal uit.

-Klop, klop, klop, tikte ze daarnet op mijn deur. Een tel later lag ze bij me in bed, in mijn nieuwe bed – o, wat een mooi bed, en zo hoog! – voldoende afstand houdend als ze mijn blote lijf ontdekt.


Dat was wel anders, een paar jaar terug, toen zocht ze nog met graagte lichaamswarmte op, bedekt of onbedekt.

Ze is al zeven, weet zich te gedragen, mijn petekind van kamer ernaast.
-Zullen we wat muziek maken? Ik zoek Satie uit, ’s morgens klinkt ie nog beter.
Dat muziek de zeden verzacht, begrijpt ze nog niet goed. Dat je rustig kan worden van muziek wel weer.
-Als papa op de vleugelpiano speelt en ik in bed lig, dan slaap ik daar van in.
-Je wordt er rustig van, maar van muziek kan je ook opgewonden raken.
-Wat is opgewonden?
Even ben ik de woorden kwijt.

ik wil weer proper zijn

•augustus 22, 2010 • 1 reactie

twee ton

•augustus 11, 2010 • Geef een reactie

Tot de tiende is er geen vuiltje aan de lucht. Zo was het geprogrammeerd in dat hoofdje.

De tiende zijn we voorbij en sinds gisteren begint het te knagen. Er is nog minder tijd dan anderhalve maand terug om nog meer klussen dan voorzien op te knappen. Ik wist het, het zou nooit af zijn wanneer ik het schip terug zou verlaten. Wat er ook zou gebeuren, het kon er alleen op verbeteren. En toch had ik me een beeld gevormd van wat wél zou afgeraakt zijn.
Met hoeveel man hebben we hier gestaan, gewerkt.
Gewerkt? Gezwoegd, gezwoten. Hoe vaak op tweede adem? Intussen vond ik mijn derde en vierde adem. Hijgen doe ik niet meer, de conditie is op en top, ik daag gelijk wie uit om ’t zelfde tempo vol te houden dag in dag uit. Zweten leer ik echter niet af.
Je stelt dagelijks concrete doelen voorop.
Vandaag doe ik dat en je maakt dat de klus af is, desnoods blijf je werken tot de duisternis valt, zoals gisteren want ik moest en ik zou.
Tijdens dat moeten en willen krijg ik bezoek van Franse vrienden. Ontsteld zijn ze als ze me zien leuren met emmers zand.  En waarom geen kruiwagen? Omdat ‘De Geul’ in de achterkeuken niet bereikbaar is per kruiwagen, c’est simple. Als men mij zou vragen – maar men vraagt het me niet – welk gereedschap ik onontbeerlijk vind bij een verbouwing dan zeg ik: een groene emmer.
http://www.tubtrugs.com/uses.html

Dany – de gezette sympa-buur van weleer staat er op me een hand toe te steken ondanks ma réfusion. Wuift mijn bezwaren weg, hij zal daar eens en zie hem overmoedig scheppen. De emmers, want hij heeft er meteen één bijgenomen, de groene alleen was niet genoeg, boordevol en kijk nu, hij kan ze niet heffen. Een zacht gehijg vergezeld zijn passen, hij heeft net drie sigaretten soldaat gemaakt. Na het ledigen houdt hij een kwartiertje halt want er zijn veel vragen die hij zich stelt en mij. Bij de tweede emmer wordt het hijgen voor ieder hoorbaar. Ik haast me nu nog meer dan voor hun komst om zo snel mogelijk ‘de Point-P- zak’ te ledigen want ik wil geen hart-infarct op mijn geweten. Na vier emmers valt de zak levenloos naast het pallet. Hij wrijft zich vergenoegd in de handen en insisteert dat ik hem bel wanneer ik nog zo’n gemakkelijke job zou hebben.
Twee ton heb ik – mét de hulp van Dany  – in 24 uur  versast.

Dat zijn nog de gemakkelijkste karweien.
Moeilijker wordt het afsluiten en huiswaarts keren.
Daar ga ik nog een nachtje over slapen.